De soms dunne lijn tussen slaap optimaliseren en slaap overdenken
- Jorge Marten Groen
- 3 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen

Van de Nederlanders die hun gezondheid monitoren, doen 1,9 miljoen mensen dat specifiek voor hun slaap. Apps als Fitbit (36%) en Garmin (22%), vaak gekoppeld aan een slim horloge of activiteitstracker, zijn populair.
Voor veel gebruikers bieden deze wearables waardevolle inzichten: totale slaapduur, diepe slaap, hartslag en soms zelfs zuurstofniveaus. Op basis van deze data passen mensen hun slaapgedrag aan: minder schermtijd 's avonds, regelmatigere bedtijden of wat eerder naar bed. Een recente analyse van een dataset met 46 miljoen nachten toonde interessante patronen in slaappatronen van gebruikers.
Slaaptrackers zijn niet 100% betrouwbaar
Maar hier schuilt ook een gevaar: de cijfers liegen er niet om. Wearables zijn redelijk accuraat in het meten van totale slaaptijd, maar hun schatting van slaapfasen is vaak slechts 50 tot 75 procent betrouwbaar vergeleken met een klinisch slaaponderzoek.
Dat is logisch: smartwatches en slaapringen baseren hun analyse op beweging, hartslag, ademhaling en soms huidtemperatuur. In een slaaplaboratorium wordt daarentegen ook hersenactiviteit, zuurstofniveau, oogbewegingen en ademhaling gemeten. Soms wordt de slapende zelfs gefilmd, bijvoorbeeld bij vermoeden van parasomnie, een slaapstoornis waarbij dromen fysiek kunnen worden uitgebeeld.
Toch laten veel gebruikers zich leiden door de data van hun slaaptracker. Een klein deel van de bevolking ontwikkelt een obsessie met perfecte slaapscores: dit fenomeen heet orthosomnia en werd in 2017 voor het eerst beschreven. Schattingen lopen uiteen van 3% tot 14% van de volwassenen, afhankelijk van de gebruikte definitie en onderzochte populatie.
Slechter slapen door je slaaptracker
Uit een enquête van de American Academy of Sleep Medicine (zie infographic) vorig jaar kwam naar voren dat bijna de helft van de ondervraagde Amerikanen hun slaap monitort en ruim de helft hun gedrag aanpast op basis van de data. Maar opvallend: driekwart gaf aan slechter te slapen door hun slaaptracker, omdat de cijfers hen juist angstig maakten.

Hoewel er voor Nederland geen specifieke cijfers bekend zijn met betrekking tot orthosomnia is er geen reden om aan te nemen dat het patroon anders zou zijn, aangezien angstklachten in beide landen vergelijkbaar voorkomen.
Het lesje is duidelijk: slaap gaat niet om perfecte cijfers. Het gaat erom dat je uitgerust wakker wordt, energiek blijft gedurende de dag en een gezond ritme ontwikkelt dat bij jouw leven past. Technologie kan daarbij helpen, maar de beste nachtrust ontstaat nog altijd door eenvoudige slaapgewoonten: consistente bed- en opstatijden, voldoende ontspanning op een dag en een comfortabele slaapomgeving.
Dus de volgende keer dat je ‘slimme’ horloge je vertelt dat je maar 45 minuten diepe slaap hebt gehad of je slaapscore onder de 70 is gezakt: haal eerst even rustig adem. Perfecte slaap bestaat niet, en obsessief meten en analyseren kan je nachtrust juist saboteren. Soms is loslaten de sleutel tot een echt perfecte nacht.



Opmerkingen