Wat slaaptrackers wel en vooral niet kunnen meten
- Jorge Marten Groen
- 9 apr
- 2 minuten om te lezen

Ik raakte zaterdag op een feest met een jongen in gesprek, die zei: 'die slaaptrackers, die zijn niet zo heel betrouwbaar toch?' Het antwoord liet zich niet in een zin vatten, merkte ik.
Daarom komt de recente studie van onderzoekers van de Universiteit van Salzburg als geroepen. Acht populaire slaaptrackers zijn vergeleken met polysomnografie, de medische gouden standaard voor slaaponderzoek.
Meerdere slaaptrackers
Voor het onderzoek sliepen deelnemers vijf nachten thuis, terwijl ze tegelijkertijd meerdere wearables droegen, waaronder de Oura Ring 3, Apple Watch Series 9, Fitbit Charge 6, WHOOP 4.0, Garmin Venu 3 en de Circul+.
Tegelijkertijd werd hun slaap gemeten met polysomnografie, waarbij hersenactiviteit, oogbewegingen en spieractiviteit worden geregistreerd. De onderzoekers keken daarbij ook hoe wearables omgaan met onregelmatige slaap, zoals kort slapen, een nachtelijke onderbreking van de slaap en een nacht extra lang in bed liggen.
De nauwkeurigheid van de apparaten bleek sterk uiteen te lopen. Het meest nauwkeurig waren sensoren, die hartslagvariabiliteit rechtstreeks meten via een borst- of armsensor. Die haalden een nauwkeurigheid van 84 procent bij het herkennen van slaapfasen. Maar de consumenten-wearables scoorden beduidend lager, tot wel 56%.
Te optimistische slaap
Opvallend is dat vrijwel alle wearables overschatten hoeveel iemand slaapt. In sommige gevallen tot een uur meer per nacht. Dat komt doordat veel trackers beweging als een belangrijke indicator gebruiken. Als iemand stil wakker ligt – bijvoorbeeld piekerend – interpreteert het algoritme dat vaak als slaap.

De foutmarge nam sterk toe als deelnemers korter sliepen, vaker wakker werden of langer wakker lagen. Dat is geen fijn signaal voor mensen met slaapproblemen, die veelal eerder geneigd zijn om hun slaap te meten, omdat ze controle zoeken.

Slaapwearables zijn niet waardeloos
Het betekent overigens niet dat slaapwearables waardeloos zijn. Ze kunnen wel degelijk nuttig zijn voor het volgen van slaapritme, het herkennen van patronen over langere tijd en het monitoren van gedragsveranderingen. Maar het exacte aantal minuten diepe slaap of remslaap moet met een flinke korrel zout worden genomen.
De belangrijkste graadmeter voor een goede nacht blijf uiteindelijk jijzelf. Hoe uitgerust voel je je overdag? Kun je je goed concentreren? Heb je energie om de dag door te komen, of voel je je loom en prikkelbaar? Geen enkele wearable kan dat volledig vangen in een score of grafiek.




Opmerkingen