De klok gaat terug, je slaap beweegt niet vanzelf mee

Donald Trump wil dat de klok het hele jaar een uur vooruit blijft staan. In zijn campagne voor permanente zomertijd klaagde hij tegenover journalisten dat de klokwisseling het lastig maakt om langer te golfen. Mensen willen volgens de Amerikaanse president een rondje kunnen spelen 'zonder na veertien holes naar huis te moeten rennen'.
Bovendien levert het meer daglicht op, zei Trump.
Dat is natuurlijk niet zo: er komt geen seconde daglicht bij. De discussie over permanente zomer- of wintertijd draait om de vraag of je het licht liever 's ochtends of 's avonds hebt.
In het noorden en midden van de Verenigde Staten, waar de zon in de winter laat opkomt, zijn veel mensen tegen permanente zomertijd. Zij zouden hun kinderen dan in het donker naar school moeten brengen en in het donker naar hun werk rijden. Een Amerikaans experiment met permanente zomertijd werd om die reden in 1974 al na enkele maanden afgebroken.
In Amsterdam zou de zon rond 21 december bij permanente zomertijd pas tegen kwart voor tien opkomen. Veel mensen beginnen hun dag dan ook grotendeels in het donker.
Permanente wintertijd sluit biologisch beter aan bij onze biologische klok dan zomertijd, vooral omdat je 's ochtends meer licht krijgt. Krijg je in de winter weinig ochtendlicht, dan kan je interne klok ‘later’ komen te staan. Je wordt dan moeilijker wakker, bent overdag minder scherp en wordt 's avonds later moe.
Overgang naar de wintertijd
Op zondag 25 oktober gaat de klok weer een uur terug. De overgang naar de wintertijd lijkt voor mensen wat soepeler te verlopen dan die naar de zomertijd. Een Britse studie, onder meer uitgevoerd door onderzoekers van de University of Oxford en de University of Bristol, analyseerde gegevens van bijna 700.000 Britten. In de week na de overgang naar de wintertijd zagen de onderzoekers een daling van het aantal bij de huisarts geregistreerde slaapstoornissen, hart- en vaatziekten en bepaalde psychische klachten.
Een Amerikaanse analyse van ruim 730.000 dodelijke verkeersongevallen tussen 1996 en 2017 liet zien dat:
• In de week na de overgang naar zomertijd het aantal dodelijke ongevallen steeg met ongeveer 6 procent.
• Na de overgang naar wintertijd er 's ochtends minder ongevallen waren en 's avonds meer. Per saldo veranderde er niets.
Biologische klok
De klok gaat terug, je slaap volgt niet automatisch. Dat komt doordat je biologische klok wordt bijgesteld door licht en donker, die onder andere bepalen wanneer je lichaam melatonine aanmaakt, en daarnaast door vaste eetmomenten en beweging.
Word je na de overgang een paar dagen eerder wakker, ben je 's avonds eerder slaperig, heb je op andere momenten trek, voel je je overdag minder gefocust of slaap je minder goed? Dan ligt dat dus niet aan jou. Meestal is dat na een paar dagen rechtgetrokken.
Met deze vijf tips begin je goed aan de donkere maanden.
Schuif je bedtijd alvast op: ga in de vier à vijf dagen vóór de overgang elke dag zo'n 10 à 15 minuten later naar bed.
Sta op je vaste tijd op: sta na de overgang op dezelfde kloktijd op als anders. Probeer niet 'even lekker' een uur uit te slapen.
Ga 's ochtends naar buiten: daglicht helpt je biologische klok bij te stellen. Is het buiten nog donker, gebruik dan een lichtbril of daglichtlamp.
Plan iets aan het eind van de middag: een wandeling of afspraak rond die tijd voorkomt dat de dag om vijf uur al voorbij voelt.
Let op je gemoed: ben je langer dan een paar weken somber of uitgeput? Praat erover met je huisarts.
Slaap je al langer slecht, dan lost de wintertijd dat niet op. Het is wel een goed moment om er iets aan te doen. Ik help je daar graag bij. Het begint met een vrijblijvend kennismakingsgesprek.


Opmerkingen