De machine zegt: zes uur geslapen maar je hebt geen oog dichtgedaan

De Amerikaanse slaapwetenschapper Chris Winter vertelt in zijn boek The Sleep Solution: Why Your Sleep Is Broken and How to Fix It, dat hij in de slaapkliniek waar hij werkzaam is regelmatig tegenover een boze patiënt zit, die net een slaaponderzoek heeft ondergaan.
Met behulp van polysomnografie – de gouden standaard in slaaponderzoek – is ‘objectief’ gemeten dat de patiënt zes uur heeft geslapen. Wat een topprestatie is, gezien het feit dat hij niet in zijn eigen bed lag, een batterij aan elektroden op hoofd en lichaam had om lichaamsfuncties te meten, ademhalingsbanden bevestigd op de borst en buik en een lichaamshoudingssensor die registreert of de patiënt op zijn rug, zij of buik ligt.
Winter laat de patiënt een uitdraai zien van zijn nacht. Daarop zijn de hersengolven zichtbaar die horen bij de verschillende slaapstadia: de langzame golven van de diepe slaap en de snelle van de remslaap. Hij toont hem de registratie van de langzame, rollende oogbewegingen bij het inslapen en de snelle bewegingen die de remslaap kenmerken. Hij laat zien dat de spierspanning laag was tijdens de remslaap en de hartslag vertraagde tijdens de diepe slaap. Het is objectief gemeten en vastgelegd: de patiënt heeft geslapen.
De hele nacht niet geslapen!
De patiënt reageert echter als door een wesp gestoken: ‘Hoe durf je! Ik heb de hele nacht niet geslapen’, roept hij uit.
Het verschil tussen objectieve (gemeten) en subjectieve slaapbeleving (hoe je denkt dat je hebt geslapen) kan enorm zijn. Het is een kloof, die de slaapwetenschap erkent, maar (nog) niet heeft weten te overbruggen. Het roept de vraag op of er meer aan de hand is bij slapen dan wordt vastgelegd met behulp van polysomnografie?
Een mogelijke verklaring biedt recent onderzoek gepubliceerd in Journal of Sleep Research waaraan onder meer de Universiteit van Zürich meewerkte. De onderzoekers voegen aan polysomnografie arterial spin labelling toe. Dit is een manier om met een MRI-scan te zien hoeveel bloed er naar hersengebieden stroomt. Aan het onderzoek deden zowel mensen met chronische slapeloosheid als goede slapers mee.
Mensen met chronische slapeloosheid
De mensen met chronische slapeloosheid hadden in de nacht relatief meer doorbloeding in hersengebieden die betrokken zijn bij zintuiglijke verwerking, emoties en gedachten over zichzelf. Andere hersengebieden waren juist relatief minder doorbloed.
Als deelnemers tijdens de hersenscan in slaap vielen, werd het pas echt interessant. Bij de slapers met chronische slapeloosheid stroomde er minder bloed naar verschillende gebieden voorin en dieper in de hersenen dan toen ze wakker waren. Bij de goede slapers zagen de onderzoekers precies het omgekeerde gebeuren.
De voorzichtige conclusie van de onderzoekers is dat de overgang van wakker naar slapen anders lijkt te verlopen bij chronische slapeloosheid. Die voorzichtigheid is terecht, want aan het onderzoek deden slechts 11 mensen met chronische slapeloosheid en 17 goede slapers mee. Dat is veel te weinig om er conclusies aan te verbinden, maar de verschillen tussen beide groepen waren desalniettemin opmerkelijk.
Wakker brein tijdens het slapen
Het betekent overigens niet dat iemand met chronische slapeloosheid ‘een wakker brein’ heeft tijdens het slapen. De relatie tussen slapeloosheid, alertheid, gedachten, emoties en hersenactiviteit is wederkerig en complex.
Het betekent evenmin dat een afwijkende doorbloeding van hersengebieden de oorzaak is van chronische slapeloosheid. Het onderzoek laat zien dat chronische slapeloosheid samenhangt met andere patronen van hersendoorbloeding tijdens verschillende slaap-waaktoestanden.
De onderzoekers vermoeden dat bij chronische slapeloosheid de systemen die je wakker houden, slaapdruk opbouwen en je hersenactiviteit afremmen mogelijk anders werken. En daarmee hebben zij mogelijk de kloof tussen objectieve en subjectieve slaapbeleving een klein stukje kleiner gemaakt.



Opmerkingen